Brevetten

1) EERSTE GRAAD

Waarom?

De eerste graad of het ‘wat kan ik al boekje’ is speciaal ontworpen voor ruiters die de basisbeginselen van het paardrijden aangeleerd krijgen. Voor ruiters die net gestart zijn met paardrijlessen of slechts enkele keren een paardensportkamp hebben gevolgd, is dit boekje een ideale opbouw voor het paardrijden en de bijhorende omkadering. Tevens vormen deze vaardigheden de basis voor het A- en B-brevet.

Wanneer mag je deelnemen?

Wie 7 jaar is en reeds een 30-tal uren rijervaring heeft, kan dit boekje aanvragen op sportkamp.

Wat moet je doen?

Je ontvangt dit opdrachtenboekje. Telkens je de opdracht goed kan uitvoeren, krijg je een stempel van de lesgever of clubverantwoordelijk. Niveau: Overgang – Half Gevorderd 1 Op sportkamp kan je voldoende oefenen om bepaalde vaardigheden onder de knie te krijgen. Dit is een ideale voorbereiding op de volgende brevetten: A-en B brevet!

Wat moet je kunnen?

Vaardigheden zoals een halster aandoen, een paard correct vastbinden, op- en afzadelen, de vier gangen beheersen… zijn opgenomen in dit ‘wat kan ik al’ boekje.

OPMERKING:
Het zijn de lesgevers op kamp die de stempels plaatsen in het opdrachtenboekje. Er wordt dus geen beroep gedaan op een externe examinator.

2) BEKWAAMHEIDSATTEST

Waarom?

Het bekwaamheidsattest is vereist voor ruiters die jonger zijn dan 11 jaar, die wensen op wedstrijd te gaan, voor zowel dressuur of springen bij een erkende federatie.

Wanneer mag je deelnemen?

  • Als je minimum 7 jaar bent, maar jonger dan 11
  • Je moet de basis van zowel dressuur als springen beheersen. Je lesgever op kamp kan in de loop van de kampweek aangeven of je klaar bent het examen af te leggen.

Wat moet je doen?

Om je bekwaamheidsattest te behalen, moet je geen theorie-examen afleggen, maar enkel het praktijkgedeelte van het A-brevet. Tijdens dit praktisch gedeelte moet je een rijproef en een springproef afleggen in groep (4 ruiters). Je examen wordt beoordeeld door een externe jury. Voor dit examen ben je verplicht rijkledij te dragen (rijpet, rijbroek, laarzen of shaps). Wedstrijdkledij is niet nodig !

Wat moet je kunnen?

  • Er is geen theorie-examen !
  • Je haalt zelfstandig een paard, bindt het vast en poetst het.
  • Je kan te paard rijden en volgende opdrachten in een kleine groep behoorlijk uitvoeren:
    Enkele hoefslagfiguren rijden in stap en draf;
    Lichtrijden (op het buitenbeen);
    In een wending aangalopperen;
    Een overgang maken van galop achtereenvolgens naar de draf, de stap en halt houden;
    1 zijde in verlichte zit rijden;
    3 sprongen over 2 hindernissen (rechte en oxer) van minimaal 60 cm – maximaal 70 cm hoogte: In draf een rechte en 2 sprongen in galop (rechte en oxer)
    Je stoort het paard zo weinig mogelijk in de rug en in de mond.
    Je zadelt en toomt zelfstandig het paard af en doet de naverzorging. Het jurylid mag dit controleren!

3) A-BREVET

Wanneer mag je deelnemen?

  • Je bent 11 jaar (of je wordt 11 jaar in het jaar dat je het kamp volgt) of ouder.
  • Je hebt noties van de basis van zowel dressuur als springen
  • Je moet ook gedurende het jaar op regelmatige basis paardrijden
  • Je bent goed voorbereid (= ervaring): als beginner of wanneer je nog nooit gesprongen hebt, is dit een onbegonnen zaak.

Waarom?

  • Het A-brevet is vereist om officiële wedstrijden te rijden vanaf 11 jaar.
  • Je moet in het bezit zijn van het A-brevet om je B-brevet te mogen afleggen.

Wat moet je doen?

  • THUIS: studeer de theorie (boek “Paardrijden Ruiterbrevetten” ontvang je na betaling van het inschrijvingsgeld. Ben je reeds in het bezit van het boek, dan betaal je 15.00€ minder.)
  • OP KAMP
    Herhaling van de theorie
    Inoefenen van de dressuur
    en springproef.
  • TIJDENS HET EXAMEN (gaat door op donderdagnamiddag voor een jury erkend door BLOSO):
    Je moet een theoretische proef afleggen.
    Je moet een rijproef en een springproef afleggen in groep (4 ruiters). Je examen wordt beoordeeld door een externe jury.
    Voor dit examen ben je verplicht rijkledij te dragen (rijpet, rijbroek, laarzen of shaps). Wedstrijdkledij is niet nodig !

Wat moet je kunnen?

Theorie

  • Je kent de belangrijkste uitwendige delen van het paard;
  • Je kent de gangmaten van het paard
  • Je kent verschillende hoefslagfiguren.
  • Je kent de hulpgeving voor:
    het rijden met contact
    het aanrijden in stap
    het maken van overgangen
    de overgang van stap naar draf en terug
    de overgang van draf naar galop en terug
  • Je kent de verkeersreglementen en voorschriften i.v.m. ruiter en verkeer, optoming van het paard en uitrusting van de ruiter. Je kent ook de voorschriften voor een respectvol gedrag in en tegenover de natuur. De ruiter is bekwaam om, al dan niet onder begeleiding (naargelang de leeftijd) op een veilige manier een buitenrit te maken.

Praktijk

  • Je haalt zelfstandig een paard, bindt het vast en poetst het.
  • Je kan te paard rijden en volgende opdrachten in een kleine groep behoorlijk uitvoeren:
    Enkele hoefslagfiguren rijden in stap en draf;
    Lichtrijden (op het buitenbeen);
    In een wending aangalopperen;
    Een overgang maken van galop achtereenvolgens naar de draf, de stap en halt houden;
    1 zijde in verlichte zit rijden;
    3 sprongen over 2 hindernissen (rechte en oxer) van minimaal 60 cm – maximaal 70 cm hoogte: In draf een rechte en 2 sprongen in galop (rechte en oxer)
  • Je stoort het paard zo weinig mogelijk in de rug en in de mond.
  • Je zadelt en toomt zelfstandig het paard af en doet de naverzorging. Het jurylid mag dit controleren!

4) B-BREVET

Wanneer mag je deelnemen?

  • Je bent in het bezit van het A-brevet (tenzij je A en B op dezelfde dag aflegt!)
  • Je bent 12 jaar (of je wordt 12 in het jaar dat je het kamp volgt) of ouder
  • Je kan goed genoeg rijden om een volledige dressuurproef te rijden en een springparcours te springen.
  • Om het B-brevet af te kunnen leggen, moet je gedurende het jaar op regelmatige basis paardrijden.
  • Je mag het A- en B-brevet op dezelfde dag afleggen, mits je voldoende kennis hebt.

AANDACHT :

Er is een groot niveauverschil tussen het A- en B-brevet. Ga er niet zomaar van uit dat je het B-brevet moeiteloos kunt afleggen als je tijdens je vorig sportkamp het A-brevet behaald hebt. Je lesgever op kamp zal je dan ook met raad en daad bijstaan en kan oordelen of je klaar bent om het B-brevet te behalen !

Waarom?

  • Het B-brevet is voor ruiters met meer ambitie, die wensen deel te nemen aan wedstrijden zowel voor dressuur als voor springen.
  • Het B-brevet is noodzakelijk als je een competitieve licentie wil nemen om zo deel te nemen aan officiële wedstrijden voor de disciplines jumping (theorie en praktijk dressuur en springen) en dressuur (enkel theorie en praktijk dressuur)

Wat moet je doen?

  • Je moet een theoretische proef afleggen.
  • Je moet een volledige dressuurproef afleggen en een parcours springen.
  • Het ruiteruniform is wenselijk en het paard moet getoiletteerd zijn (het is aangeraden eigen materiaal, zoals rekkertjes, mee te brengen).
  • Je A brevet meebrengen, als bewijs . Zonder A-brevet kan je geen B-brevet behalen!!
  • OP KAMP: voldoende oefenen !!

Wat moet je kunnen?

Theorie

  • Je kent
    de belangrijkste inwendige delen van het paard
    het belang van de zintuigen van het paard
    bijkomende onderdelen in de uitrusting van een paard
    de hoefslagfiguren
    de verschillende onderdelen van een sprong
    verschillende hindernissen
    de belangrijkste reglementeringsbepalingen van een barema A
    het bandageren
    de hoefverzorging
    het toiletteren
  • Je kent de hulpgeving voor:
    het in de hand stellen van een paard
    het aanspringen in galop
    het springen

Praktijk

  • Je rijdt individueel op een behoorlijke wijze (minstens 5/10 als globale beoordeling) de opgelegde dressuurproef. De jury moet kunnen zien dat jij in staat bent deel te nemen aan een wedstrijd (dit is niet hetzelfde als winnen !)
  • Je springt in een behoorlijke stijl, uit de rug en uit de mond, een parcours van minstens 4 hindernissen,waarbij één stijlsprong en minstens één breedte-hoogte sprong (de hoogte is minimaal 80cm en maximaal 90cm. De breedte is maximaal 90cm).

5) Inschrijven / Betaling

Eerste graad

Je lesgever bepaalt of je de opdrachten kan uitvoeren en bezorgt jou dan een boekje. Wens je zelf reeds een boekje te ontvangen, dan kan je dit aankopen tegen €5 bij aanvang van het sportkamp.

Bekwaamheidsattest

Je stort €30,00 op rekeningnummer: IBAN BE31 4733 3593 0155 EUR Ruiterclub Groenhove Torhout met vermelding : naam & voornaam – Bekwaamheidsattest en de periode.

A-brevet

Je stort €62,00 (-€20 wanneer je géén boek wenst) op rekeningnummer: IBAN BE31 4733 3593 0155 EUR Ruiterclub -Groenhove Torhout met vermelding: naam & voornaam - A-Brevet en de periode. Daarna ontvang je het theorieboek.

B-brevet

Je stort €40,00 op rekeningnummer: IBAN BE31 4733 3593 0155 EUR
Ruiterclub Groenhove Torhout met vermelding: naam & voornaam - B-brevet en de periode.

Algemene informatie

Dit zijn prijzen voor de kinderen die een kamp volgen en extra begeleid worden.

Prijs voor herexamen of aanvulling brevet : 

• Aanvulling bekwaamheidsattest naar A-brevet : €15
• Aanvulling van theorie na vrijstelling praktijk : €15
• Herexamen (1 of 2 onderdelen ) : €20

Wie met zijn eigen paard komt zonder kamp te volgen betaald :
- A brevet : €25
- B brevet : €35
- B –attest dressuur : €25
- Bekwaamheidsattest : €20

Wie een herexamen wenst af te leggen moet het bedrag  storten op volgend rekeningnummer : IBAN BE31 4733 3593 0155 EUR met de vermelding: naam van de ruiter, welk herexamen de ruiter moet afleggen (bv herexamen A brevet : dressuur )
De betaling kan ook steeds ter plaatse worden geregeld.
Indien er iets niet duidelijk is kunt u ons gerust contacteren op het nummer 050 21 23 35 of via info@groenhove.be